
Maar hoe vind je nu de juiste rijschool? Er zijn er zoveel. Kies je de
goedkoopste, of juist een hele dure. Maakt het uit of je bij een grote
rijschool lest of bij een kleine? Zijn er keurmerken waar je een goede
rijschool aan herkent? Zijn die oude instructeurs allemaal chagrijnig
of hebben ze juist veel ervaring? Zijn die jonge instructeurs allemaal
van die snelle boys of juist goed opgeleid?
Om maar bij het laatste te beginnen op dit moment heeft
vrijwel iedere nog werkzame instructeur een opleiding daartoe
gevolgd. Toen het tientallen jaren geleden verplicht werd om een
instructeurbewijs te halen, werd de ‘oude garde’ daarvan op basis
van ervaring vrijgesteld. Dit is echter al tientallen jaren geleden
gebeurd. Sinds 1999 is het voor de instructeurs die destijds jonger
waren dan vijftig, verplicht om iedere vijf jaar een applicatietoets te
doen. Dit is een theoretisch examen waarvoor je moet slagen om
je instructeurbewijs niet kwijt te raken. Veel gemotiveerde oudere
instructeurs hebben toen alsnog vrijwillig aan deze applicatie
deelgenomen. Het aantal instructeurs zonder opleiding is dus te
verwaarlozen. Maar wat voor waarde heeft die opleiding eigenlijk?
Zoals al gezegd in de inleiding, vrijwel iedereen kan rij-instructeur
worden, maar niet iedere rij-instructeur is goed. En dat is jammer.
In een land waar bijna de helft van de inwoners een auto tot zijn
of haar beschikking heeft, terwijl we maar zo beperkt de ruimte
hebben, is het toch van belang dat die auto’s zo sociaal, veilig en
milieuvriendelijk mogelijk worden gebruikt. Maar dan moeten de
gebruikers van die auto’s wel weten hoe dat moet. Als je wilt dat
bestuurders aan bepaalde eisen voldoen, zullen de instructeurs hier
zeker aan moeten beantwoorden. Hoe krijg je veilige en sociale
bestuurders als de instructeur een agressieve en a-sociale figuur is?
De rij-instructeur vervult dus een voorbeeldrol. Maar hij heeft nog
meer rollen. Hij is ook docent. Hij moet daarom over eigenschappen
beschikken die daarvoor noodzakelijk zijn. Hij moet de leerstof
duidelijk kunnen overbrengen en onderbouwen. Daarbij moet
hij zich aanpassen aan het type leerling waar hij op dat moment
mee werkt. Hij moet kunnen enthousiasmeren en motiveren.
Zelfvertrouwen geven en overmoed temperen. Omgaan met de
verschillen tussen leerlingen én de verschillen binnen een leerling
van les tot les. Hij is dus ook een beetje een psycholoog. Deze
aspecten spelen een zeer grote rol binnen de rijles. Tenslotte zit je
heel wat uurtjes samen in een kleine ruimte, waarbij je als leerling je
behoorlijk kwetsbaar moet opstellen. In de rijles komen de zwakkere
punten van je karakter nogal duidelijk naar voren. Ben je onzeker,
perfectionistisch, niet assertief genoeg, haastig of onrustig, in de
auto zul je deze karaktereigenschappen onder controle moet krijgen
voordat je klaar bent om alleen het verkeer in te gaan. Je moet je
instructeur dan wel kunnen vertrouwen. Je instructeur moet in staat
zijn deze karaktertrekken te herkennen, in te schatten welke aanpak
het beste bij je past en zo het beste in je naar boven te halen.
Als een rij-instructeur dat allemaal moet kunnen, dan zou je
denken dat de opleiding strenge toelatingseisen heeft, enorm zwaar
en uitgebreid is, en een lastig examen kent. Dat valt helaas nogal
tegen. De instructeuropleiding is vrij kort en meer gericht op het
instructeurexamen dan op de praktijk. De opleiding is bovendien
voor iedereen toegankelijk. De kwaliteit van een instructeur is dus
voor een groot deel afhankelijk van zijn of haar inzet, motivatie, wil
om te leren en ervaring.